Zuster Francesco

(door: zuster Eva Maria Annerel)
Lampe Belicht, jaargang 2008, nummer 1

Dit is het interview dat ik had met zuster Francesco Lampe, bij jullie familie is zij beter bekend als Maria Anna Geertruida (Minka) Lampe (VII.102).

Zij is op 86-jarige leeftijd in 2006 overleden in de abdij van Sint-Trudo in Male, België. Het inter­view is destijds gehouden ter gelegen­heid van de tentoon­stelling “50 jaar Male ingekaderd” over een halve eeuw kloosterleven. Ik stuur dit via de familie toe om de mij zo dierbare medezuster een gezicht te geven.

“Zuster Francesco, je bent verbaasd!”

“Ja, het zal je maar overkomen, je bent kloosterlinge sinds 1946, je wordt over enkele maanden 85 jaar, je komt nog maar zelden je kamer uit en dan gebeurt het: oude tekeningen wor­den onder het stof van de zolder gehaald, worden zorgvuldig nagekeken en opgestreken en vervolgens gebruikt om een ten­toonstelling op te bouwen en 50 jaar kloostergeschiedenis in Male te evoceren. Ineens ben je artieste!”

Zuster Francesco in haar winkeltje

“Zuster Francesco wat vind je daar nu zelf van?”

“Ik ben doodgelukkig. Weet je, ik heb die tekeningen ooit ge­maakt ten grieve van de gemeenschap, om geen enkele andere reden dan om wat gezelligheid en sfeer te brengen bij één of an­dere gebeurtenis. Dan sieren die tekeningen de refter en werd er plezier gemaakt. Ik heb op zolder heerlijke tekenuren beleefd. Ik stond er ongestoord aan mijn tekentafel, een ver­sleten deur op twee pikkels, omringd door penselen, oude kopjes en veel andere rom­mel. Dat dit nu kan dienen voor een tentoonstelling waar anderen van kunnen genie­ten, dat is toch erg leuk. Ik ben ook erg dankbaar. Ik kreeg destijds de tijd om te tekenen en werd daarvoor van andere activiteiten ont­slagen. Bovendien mocht ik mij bekwamen. In 1954 zat ik immers tus­sen de meisjes in de 8ste tekenklas van zuster Chrysostoma in de H. Graf­priorij van Turnhout. Zij moe­digde mij aan om mijn teken­talent te ontwikkelen. Ik be­gon daarom kaarten te ma­ken die in het winkeltje in Male verkocht werden. Na elke maal­tijd was ik gedurende jaren present, niet alleen om te verkopen maar ook en vooral om er met de mensen een babbeltje te ma­ken. Daar hadden fijne ontmoetingen plaats en groeiden er ban­­den die nu nog bestaan.”

Tekening gemaakt door 
Zuster Francesco

“Zuster Francesco, op zaterdag en zondagmiddag ben je zo mogelijk, in het Gebinte aanwezig. Hoe bevalt dat?”

“Ik geniet daar zó van. Ik heb er met mijn rolstoel een vast plekje dat mij de gelegenheid geeft de hele ruimte te overzien. Ik merk onmiddellijk of de bezoekers geboeid zijn of niet. De eerste middag vond ik het een beetje raar want het was lang geleden dat ik tussen zoveel mensen was. Na enkele uren echter verdween de drempelvrees als sneeuw voor de zon en kon ik opnieuw deugd beleven aan elke ontmoeting, aan elk contact. Heerlijk als de mensen mij de hand komen schudden.

“Zijn er reacties van bezoekers die indruk op u maken?”

“Iemand zei, zelf een kunstenaar, dat er pareltjes te zien waren. Dat betekent toch wel wat! Iemand anders was verwonderd over de eenvoud van het materiaal dat bovendien nog goed bewaard bleef ook: plakkaatverf op behangpapier. En dat mijn familie uit Nederland kwam meegenieten dat was erg leuk.”

“Wat vind je nu zelf mooi op de tentoonstelling?”

“De opbouw ervan natuurlijk, de entourage! De tekeningen alleen zouden maar een saaie boel zijn hoor. Zo is het schit­terend en ik zie de mensen dubbel genieten wanneer een aan­wezige medezuster de tekeningen met een verhaal van com­men­taar voorziet. Proficiat aan hen die de tentoonstelling op­bouwden!”

“Zou je opnieuw beginnen te tekenen?”

“Ja, dat ben ik van plan. Ik denk aan bloemen tekenen.”

“Is er een les te trekken uit deze hele geschiedenis?”

“Het is belangrijk dat talenten worden aangemoedigd. Boven­dien had ik geen ambitie om artieste te worden. Dat er dan toch een tentoonstelling van komt, is erg mooi. Beter laat dan nooit, hè? Een hemels geschenk!”


Zuster Francesco had inderdaad geen ambitie om artieste te worden. Ze werd kloosterzuster, maar artieste is ze ook. Ze is artieste in tekenen maar evenzeer in luisteren en kijken, in luis­teren naar mensen en in kijken naar religieuze kunstkaarten. Niemand kan dat zoals zij, uren genietend van haar prachtige verzameling, steeds weer nieuwe dingen ontdekkend. Artieste in eenvoudig geluk, die op haar oude dag de kunst van de tevredenheid en de dankbaarheid leert beoefenen, een har­te­lijke medezuster die mij dierbaar is. Ze blijft in ons klooster “de zuster van het winkeltje”.