(door: Leo Lampe)
Lampe Belicht, jaargang 2008, nummer 1
Aanleiding tot een interview met Rosalia Petronella Mathilda Johanna (Roosje) Cordang, weduwe van Benedictus Aloysius (Ben) Lampe (VII.114) was haar verzoek om een schilderij terug te krijgen dat haar man Ben destijds aan ons archief heeft afgestaan. Het ging om een aquarel van de bekende kunstenaar Delmar, tonende de noodvoorziening van Lampe’s Modehuis vlak na de 2de wereldoorlog in Rotterdam. Nu is onze stichting geen kunstopslag dus die teruggave? dat was op zich geen probleem. We hebben er maar een bruikleen van gemaakt, want eens gegeven blijft gegeven, nietwaar?
Over de telefoon trok mij die stem, een vrouw van respectabele leeftijd, met humor en relativeringsvermogen. Ik werd nieuwsgierig. En dit najaar dacht ik: “Ik ga eens langs daar in Helvoirt, want ik moet toch vlakbij zijn in Breda vanwege de 1ste verjaardag van mijn jongste kleinzoon”. En ja hoor, ik werd niet teleurgesteld. Mijn navigatiesysteem vond dat prachtig ingerichte Brabantse landhuis in de dreven van het Helvoirtse. Ik reed een oprijlaan op en passeerde een bord met de naam “Lampe” in de bekende fraaie krulletters. De deur ging open en daar was ze. Het zou een gesprek worden van twee maal vier uur verdeeld over twee dagen. Ze had zóveel te vertellen. Hierna in de vorm van een dialoog een korte samenvatting.
Roosje Lampe - Cordang VII.114
“Roosje, je werpt mij een betoverende glimlach toe, dank voor dat geschenk, als je dat altijd doet dan zul je wel heel populair zijn in de familie Lampe, want die kijken meestal heel ernstig”. “Ja Leo, dat vind ik ook.” Ik zei dat het ijs nu wel gebroken was. Ze begon meteen te vertellen over haar grote hobby het ijsdansen, dat ze doet met de nieuwe man in haar leven: Jan Adriaansen, die druk in de tuin met het jaarlijkse snoeiwerk bezig ging.
“De naam Cordang is boven de rivieren onbekend, waar komt die naam vandaan?” Ze schetst haar afkomst: Hugenoten van Spaans, Italiaanse oorsprong die in Limburg zijn neergestreken. Gerelateerd via de moederskant van haar vader met Limburgse adel. Vader was edelsmid in ’s-Hertogenbosch. Ze heeft gewerkt bij Michelin en Shell en heeft een eigen balletschool gehad. “Wat, Roosje, je gaat me toch niet vertellen dat een Lampe-vrouw van jouw generatie van manlief uit werken mocht gaan?” “Jazeker,” zegt ze beslist “ik wilde dat gewoon en dus deed ik het.”
“Roosje, ik zie in onze registratie dat je op één dag na 40 jaar getrouwd bent geweest met Ben Lampe, die bij de firma Lampe Nederland NV heeft gewerkt.” “Ja Leo, dat was een donderslag bij heldere hemel dat Ben op zijn trouwdag overleed door hartfalen. Achteraf weten we dat hij een veel te hoog cholesterolgehalte had en daar veel te lang mee heeft rondgelopen. Mijn advies is dat alle Lampe’s zich daarop regelmatig moeten laten controleren. Het schijnt in de familie te zitten. Eén pilletje per dag is tegenwoordig een afdoende maatregel om met die kwaal oud te worden.” “Dat zal ik zeker in ‘Lampe Belicht’ en op de website zetten,” beloof ik.
Over haar eerste ontmoeting met Ben vertelt Roosje: “Op de MMS (Middelbare Meisjes School), het was in 1952, kregen we in de hoogste klas van de rectrix te horen dat wij als goed opgeleide meisjes beter geen zakenman als echtgenoot zouden moeten kiezen. Tijdens mijn eerste ontmoeting met Ben in 1959 vroeg hij me of ik met hem een afspraak wilde maken. Ik zei tegen hem: ‘Misschien niet, want ik wil helemaal niet met een zakenman door het leven gaan.’ Hij vroeg: ‘Waarom niet?’ Ik: ‘Die houden niet van bloemen en zo.’ Ben antwoordde niet.
Met zijn wijsheid, charisma en grote liefde voor de natuur werd Ben een geweldige echtgenoot en vader, die zich ook volledig heeft ingezet voor de zaak van zijn vroeg overleden vader.”
“Hoe was dat voor een type als jij om in zo’n familie te zijn opgenomen?” Roosje antwoordt: “Tja, met een Lampe getrouwd zijn, heeft zo zijn bijzondere facetten.” “Hoezo,” vraag ik “wat maakt Lampe’s dan zo apart?” “Kijk,” zegt Roosje “het zijn erg aardige mensen, die allemaal naar mijn idee één bijzondere eigenschap gemeen hebben. In het Duits noemen ze dat fraai: ‘Der Geist des Wiederspruches’ – altijd overal tegen in denken.
Ze leven niet gemakkelijk en zonder echte allure. Ze missen de hardheid om in grotere organisaties carrière te maken.” “Oh,” reageer ik verrast “nu je het zegt, dat komt me bekend voor.” “Precies,” zegt Roosje “ook Ben wilde de zaak niet in, hij wilde het liefst architect worden, maar hij liet zich dwingen door zijn moeder.” “Zou dat misschien de oorzaak zijn van de uiteindelijke teloorgang van de Lampe’s modehuizen als familiebedrijf? Uit de laatste jaarrekening van Lampe Nederland NV van het jaar vóór de fusie met P&C in 1969 (aanwezig in het archief van onze stichting) blijkt dat er geen majeure financiële problemen waren,” stel ik brutaal. “Ja, dat is gewoon waar”, reageert Roosje “laat ik het heel voorzichtig stellen door de toen door de firma ingehuurde interim-manager Willem van der Linden te citeren, die bij gelegenheid heeft gezegd dat het bedrijf ‘in de verkeerde generatie zit’. Er was geen ondernemersgeest meer aanwezig bij het Lampenmanagement, op alle niveaus. Leo, als je daar meer over wil weten dan moet je opschieten, de generatie die daar nog over kan vertellen wordt oud, maar ze zijn er nog en er is bereidheid om daarover te praten als je daar in bent geïnteresseerd”.
Bij het controleren van de gegevens van haar kinderen in onze registratie blijkt dat Roosje haar dochter Katelijne in 2006 is kwijtgeraakt, op een wel heel tragische wijze. “Mijn dochter Katelijne was een wolk die niet te grijpen was. Ze was zeer begaafd onder andere met veel zangtalent, maar ze heeft het uiteindelijk verloren van haar manisch-depressiviteit. Een vreselijke ziekte waar ik pas echt achtergekomen ben toen ik na haar dodelijke ongeval haar dagboeken las. Ik kan één advies geven aan alle mensen in dergelijke situaties. Schuif die integriteit opzij! Léés die dagboeken van je kinderen, als je vermoedt dat ze erg slecht in hun vel zitten. Je hebt dan meer begrip voor hun gedrag en meer kans tot een goede begeleiding.”
Ze vraagt “Wat vind je van mijn laatste werk?” Ik maak een foto van een heel mooi schilderij in olieverf: wit-lila juffertjes in het groen. Ik besef dat deze gevoelige, maar levenskrachtige vrouw iedere dag in de bloemen gezet zou moeten worden.
Bij het afscheid als ik weer in mijn auto stap is haar Jan het roerend met me eens. ‘Châpeau, Roosje, het ga jullie goed.”